De AFM legt in een nieuwe column van bestuursvoorzitter Laura van Geest de nadruk op “effectief leren”: niet reflexmatig afrekenen na een incident, maar aantoonbaar groeien in kwaliteit. Voor u als bankier, verzekeraar, vermogensbeheerder of ondernemer in de financiële keten is dat geen soft verhaal. Het raakt de kern van risicobeheer en compliance: hoe voorkomt u herhaling, hoe borgt u klantbelang en hoe maakt u onder toezicht zichtbaar dat u structureel beter wordt, juist als de druk oploopt zoals tijdens corona.
Waarom “lerend toezicht” nu belangrijker wordt
De financiële sector heeft de afgelopen jaren een stapeling van schokken verwerkt: de pandemie, snelle renteomslagen, digitalisering en geopolitieke onzekerheid. In die context is het voor toezichthouders minder effectief om alleen achteraf te sanctioneren op basis van incidenten. Een lerende toezichtcultuur verschuift de focus naar de vraag of instellingen in staat zijn om signalen vroeg te herkennen, dilemma’s te documenteren en maatregelen te testen op effectiviteit.
Dat betekent niet dat de AFM milder wordt. Het betekent vooral dat de lat hoger komt te liggen op aantoonbaarheid. Niet alleen “we hebben een beleid”, maar “we weten wat er mis kan gaan, we meten het, we leren ervan en we sturen bij”. In de praktijk kan dit leiden tot scherpere verwachtingen rond governance, datakwaliteit en de kwaliteit van de compliancefunctie.
Lessen uit coronabeleid en eerdere toezichtdossiers
1) Besluitvorming onder tijdsdruk moet traceerbaar zijn
Corona liet zien hoe snel regels, marktomstandigheden en klantbehoeften kunnen veranderen. Bij financiële instellingen geldt dan: uitzonderingen, tijdelijke processen en noodprocedures zijn vaak onvermijdelijk, maar ze vormen ook een bron van later incidentrisico. Een lerende cultuur vraagt dat u vastlegt waarom u keuzes maakte, welke risico’s u accepteerde en welke compenserende maatregelen u nam. Dat helpt bij interne evaluaties, maar ook richting de AFM als er achteraf vragen komen.
2) Klantbelang is niet alleen een uitkomst, maar ook een proces
Veel toezichtdossiers in het afgelopen decennium draaiden om de vraag of het klantbelang structureel is ingebouwd, bijvoorbeeld bij complexe producten, provisieprikkels, kostentransparantie en passendheidsbeoordelingen. “Leren” betekent hier: niet wachten op klachten of herstelacties, maar eerder signaleren dat een product, distributiekanaal of incentive de verkeerde kant op duwt. Voor beleggingsdienstverleners kan dat neerkomen op strengere monitoring van doelgroepafbakening, scenario’s bij stress in de markt en periodieke herbeoordeling van passendheid.
3) Incidentpreventie vraagt om feedbackloops, niet om extra papier
Na incidenten zien we vaak dezelfde reflex: meer checklists, meer training, meer procedures. Een lerende compliancecultuur vraagt juist om feedbackloops die werken. Denk aan: root cause analyses die verder gaan dan “menselijke fout”, duidelijke ownership voor verbetermaatregelen, en KPI’s die gedrag en effect meten. Als de tweede lijn alleen toetst of formulieren zijn ingevuld, blijft het risico bestaan dat problemen terugkeren.
Wat dit betekent voor risicobeheer en compliance in de praktijk
Voor banken, verzekeraars en beleggingsondernemingen vertaalt “niet afrekenen maar groeien” zich naar een concreet eisenpakket in de dagelijkse aansturing. Wij verwachten dat de AFM in gesprekken en onderzoeken vaker zal doorvragen op de werking van uw leercyclus:
-
Vroegsignalering: hoe vangt u interne en externe signalen op, van klantdata tot meldingen van medewerkers en uitkomsten van klachtenanalyse?
-
Effectmeting: hoe weet u dat een maatregel risico’s echt verlaagt, bijvoorbeeld bij fraude, cyber, misleiding of schending van zorgplicht?
-
Gedrag en cultuur: kunnen medewerkers dilemma’s escaleren zonder reputatieschade of carrièreverlies, en ziet u dat ook terug in meldbereidheid?
-
Governance: is helder wie beslist, wie tegengas geeft en wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor klantuitkomsten en beheersing?
Voor ondernemers in de financiële sector is dit relevant omdat een volwassen leercultuur ook een efficiencyvraagstuk is. Wie structureel leert, heeft minder herstelprojecten, minder incidentkosten en minder frictie bij toezicht. Tegelijk vraagt het om investeringen in data, controles die aansluiten op echte risico’s, en leiderschap dat fouten kan bespreken zonder weg te poetsen.
Doorwerking naar AFM-verwachtingen richting instellingen
De kans is groot dat “lerend vermogen” nadrukkelijker onderdeel wordt van de toetssteen in toezichtcontacten. Niet als apart vinkje, maar als onderliggend criterium: kunt u aantonen dat u grip heeft op veranderingen, dat u bijstuurt en dat u transparant bent over wat beter moet?
Voor u als belegger of klant kan dit op termijn leiden tot scherper toezicht op productontwikkeling, distributie en informatieverstrekking, met als doel minder verrassingen en beter uitlegbare risico’s. Voor instellingen betekent het dat incidenten niet alleen worden beoordeeld op de gebeurtenis zelf, maar ook op de kwaliteit van de reactie: snelheid, eerlijkheid, herstel voor klanten en aantoonbare preventie van herhaling.
De column waar dit gedachtegoed uit spreekt, is gepubliceerd door de AFM en verscheen ook in Het Financieele Dagblad. U kunt de achterliggende context vinden via de website van de Autoriteit Financiële Markten.