EMIR 3 brengt het toezicht op derivatenhandel een stap dichter bij de dagelijkse praktijk van Nederlandse banken, beleggingsondernemingen en grote corporates. De kern: partijen die onder de clearingverplichting vallen en óók onder de voorwaarden van het ‘actief rekeningvereiste’ vallen, moeten laten zien dat zij daadwerkelijk clearingcapaciteit in de EU gebruiken. De AFM meldt dat de eerste rapportage uiterlijk 31 juli 2026 binnen moet zijn. Daarmee wordt ‘EU-autonomie’ in clearing niet alleen een beleidsdoel, maar een meetbare complianceverplichting die uw clearingstrategie, kostenstructuur en risicobeheer direct kan raken.
Wat is het actief rekeningvereiste en waarom komt dit nu?
Het actief rekeningvereiste onder EMIR 3 is bedoeld om de afhankelijkheid van clearing buiten de EU te verlagen, met name voor rente- en kredietderivaten die systeemrelevant kunnen zijn. In de praktijk betekent dit dat bepaalde tegenpartijen niet alleen een account bij een EU-CCP (central counterparty) moeten hebben, maar die rekening ook “actief” moeten gebruiken volgens de nadere voorwaarden uit EMIR 3.
De toezichthouders DNB en AFM willen dat instellingen tijdig en uniform rapporteren, zodat vergelijkbaarheid mogelijk is. De eerste rapportage is meteen een stevige exercitie: u moet terugkijken over meer dan een jaar aan clearing-activiteiten.
Wie moet rapporteren: instellingen én bepaalde corporates
De rapportageplicht geldt voor instellingen die onder de clearingverplichting vallen en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 7 bis, lid 1 van EMIR 3. Denk aan partijen die verplicht zijn bepaalde OTC-derivaten te clearen via een CCP, en die vanwege hun omvang, activiteit of risicoprofiel onder de scope van het actief rekeningvereiste komen.
Welke typen partijen kunnen geraakt worden?
-
Financiële tegenpartijen zoals banken en beleggingsondernemingen die structureel rente- of kredietderivaten clearen.
-
Grote niet-financiële tegenpartijen (corporates) die boven clearingdrempels uitkomen en daarom clearingplichtig zijn, bijvoorbeeld in energie, industrie, transport of telecom.
-
Groepsstructuren met centrale treasury: ook als handelsbeslissingen centraal worden genomen, moet de rapportage aantoonbaar aansluiten op de clearing in de relevante entiteiten.
Belangrijk is dat dit niet alleen een “bankendossier” is. Voor corporates met omvangrijke hedgeprogramma’s kan de extra governance en rapportagecapaciteit net zo bepalend worden als de margin-impact.
Welke periode geldt: 25 juni 2025 tot en met 30 juni 2026
Volgens de AFM bestrijkt de eerste rapportage de periode van 25 juni 2025 tot en met 30 juni 2026. U rapporteert dus over historische activiteiten, niet uitsluitend over de situatie vanaf 2026. De deadline voor indiening is uiterlijk 31 juli 2026.
Dat betekent dat u nu al moet toetsen of uw datalijnen, clearingbroker-rapportages en interne trade repositories compleet genoeg zijn om die hele periode consistent te reconstrueren.
Welke data moet u aanleveren en waar zit de pijn?
De AFM communiceert dat er uniform moet worden aangeleverd. In de praktijk komt het bij dit type verplichting vrijwel altijd neer op een combinatie van volumes, tegenpartijkenmerken en productclassificaties, uitgesplitst naar waar er gecleared is en in welke mate de EU-rekening “actief” is gebruikt.
Reken op deze datavragen in uw keten
-
Overzicht van clearingplichtige derivatenposities en transacties in de rapportageperiode.
-
Verdeling van clearing over EU-CCP’s versus niet-EU CCP’s, inclusief betrokken clearingleden.
-
Kenmerken per productcategorie (met nadruk op rente- en kredietderivaten waar de beleidsfocus ligt).
-
Onderbouwing dat de EU-rekening niet alleen bestaat, maar ook aantoonbaar wordt gebruikt conform de vereisten.
De operationele uitdaging zit vaak niet in één datapunt, maar in reconciliatie: frontoffice, clearingbroker, risk en finance moeten dezelfde waarheid opleveren. Zeker corporates die clearing uitbesteden via een bank of broker moeten scherp zijn op de volledigheid van de aangeleverde broker-statements.
Gevolgen voor clearingstrategie, kosten en risicobeheer
De grootste strategische impact is dat clearinglocatie minder vrijblijvend wordt. Als u historisch vooral buiten de EU clearte vanwege liquiditeit, nettingvoordelen of pricing, kan EMIR 3 u dwingen tot een structurele herweging.
Wat kan dit concreet betekenen?
-
Meer multi-CCP opzet: extra accounts, connectivity, legal documentatie en collateral workflows.
-
Hogere vaste kosten: membership via clearing brokers, rapportage, reconciliatie en interne controles.
-
Collateral en margin-impact: minder netting over CCP’s kan initial margin verhogen, met directe gevolgen voor liquiditeitsplanning.
-
Risicobeheer richting EU: meer nadruk op operationeel risico, porting-scenario’s, en concentratierisico bij EU-clearingkanalen.
Voor beleggers en ondernemers is dit vooral relevant omdat het de kosten van hedging en balansbescherming kan verhogen. Bij bedrijven met grote rentehedges kan dat doorwerken in financieringskosten en in de prijs die u intern aan projecten toerekent.
Wat u nu praktisch kunt doen
Wij zien drie logische stappen om grip te houden op de deadline en op de strategische gevolgen. Dit is geen advies, maar een praktische checklist.
-
Scope bepalen: valt uw entiteit of groep onder artikel 7 bis, lid 1 en dus onder de rapportage?
-
Data readiness: kunt u transacties en clearinglocatie over 25 juni 2025 tot en met 30 juni 2026 aantoonbaar en consistent reconstrueren?
-
Strategische impact: wat doen extra EU-clearing, collateralbehoefte en mogelijke nettingverliezen met uw kosten en liquiditeitsbuffers?
De oproep van DNB en AFM om tijdig en uniform aan te leveren is daarbij meer dan een formaliteit. Als interpretaties per instelling uiteenlopen, wordt de kans groter dat toezichthouders aanvullende vragen stellen, of dat u later opnieuw moet aanleveren.
Meer details over de deadline en de eerste rapportage zijn te vinden bij de Autoriteit Financiële Markten.