ING laat in het eerste kwartaal van 2026 zien dat winstgevendheid in de bankensector nog steeds overeind blijft, zelfs nu geopolitieke onzekerheid de volatiliteit in markten en het vertrouwen bij bedrijven en consumenten aantast. Met een nettowinst van €1,56 miljard, 7% hoger dan een jaar eerder en boven de analistenverwachting, bevestigt de bank dat de basisverdiencapaciteit nog sterk is. Tegelijkertijd wordt juist in dit soort kwartalen duidelijk welke knoppen de outlook voor de rest van 2026 bepalen: rentebaten die gevoelig zijn voor het rentepad, provisies die meebewegen met activiteit en sentiment, kosten die harder kunnen stijgen dan beleggers prettig vinden en kredietverliezen die vaak pas later in de cyclus zichtbaar worden.
Wat vooral opvalt in de Q1-cijfers
De winst voor belasting kwam uit op €2,26 miljard, een stijging van 6% op jaarbasis. Dat is een relevante indicatie voor beleggers, omdat het laat zien dat de operationele prestaties nog voldoende buffer hebben om schokken op te vangen. In een periode waarin risico-opslagen snel kunnen oplopen en bedrijfsinvesteringen kunnen uitstellen, is dat geen detail.
Voor het marktsentiment is dit vooral een signaal dat grote Europese banken nog niet in een fase zitten waarin winstdruk acuut wordt. Maar het blijft een kwartaalmomentopname. De vraag voor de rest van 2026 is niet of banken winst maken, maar hoe duurzaam die winst is als groei afkoelt of risico’s materialiseren.
Rentebaten blijven de ruggengraat, maar zijn rentegevoelig
Bij Europese banken sturen rentebaten doorgaans het grootste deel van de winst. Het dominante thema voor 2026 blijft daarom het rentepad in de eurozone. Als rentes hoog blijven, kan de nettorentemarge relatief stevig blijven. Als rentes dalen, kan dat de rentebaten afknijpen, zeker wanneer spaarrentes trager meebewegen dan krediettarieven of wanneer concurrentie om deposito’s toeneemt.
Voor u als belegger of ondernemer is dit relevant omdat het bepaalt hoe banken prijzen: denk aan de rente op bedrijfsfinanciering, vastgoedleningen en herfinancieringen. Wij zien daarbij dat banken in onzekere tijden vaak scherper kijken naar risico en onderpand, wat de kredietvoorwaarden strakker kan maken, ook als de beleidsrente stabiliseert.
Wie het bredere beleidskader wil volgen, kan terecht bij de Europese Centrale Bank.
Provisies en fees: thermometer van activiteit en vertrouwen
Provisie-inkomsten zijn in veel banken een belangrijke aanvulling, maar ook cyclischer. Ze bewegen mee met betalingsverkeer, beleggingen, corporate finance-activiteit en handel in financiële markten. In geopolitiek onrustige periodes kan dat twee kanten op:
- Meer volatiliteit kan handels- en hedgingactiviteit stimuleren, wat fees kan ondersteunen.
- Maar lagere dealactiviteit, terughoudendheid bij beleggers en minder vermogensinstroom kunnen provisies juist drukken.
De implicatie voor 2026: als de economie afkoelt en investeringsbeslissingen worden uitgesteld, komt de groei eerder uit rentebaten en kostenbeheersing dan uit provisies. Dat maakt de winstkwaliteit gevoeliger voor renteontwikkelingen.
Kosten: de stille winstkiller in 2026
Voor banken is 2026 ook een jaar waarin kosten een steeds grotere rol spelen in de waardering op de beurs. Looninflatie, IT-investeringen, cybersecurity en strengere compliance-eisen blijven structurele kostenposten. Beleggers accepteren minder gemakkelijk “tijdelijke” kostenstijgingen, zeker als de rente later in 2026 zou dalen en de marges normaliseren.
Wij verwachten dat juist hier een belangrijk deel van de sectorperformance wordt beslist: banken die kosten strak onder controle houden, kunnen hogere kapitaalbuffers en aandeelhoudersrendement combineren met behoud van winstgevendheid.
Kredietverliezen: nu nog beheersbaar, maar let op de trend
In onzekere geopolitieke omstandigheden nemen de tail risks toe. Denk aan verstoringen in handelsketens, energieprijsrisico’s, of een zwakkere exportvraag. Dat vertaalt zich vaak vertraagd naar kredietkwaliteit. Q1 laat vooral zien dat de winstcapaciteit er is, maar de echte stresstest zit in de ontwikkeling van kredietverliezen later in de cyclus.
Voor ondernemers is dit concreet: banken kunnen sneller vragen om extra informatie, convenanten strakker handhaven en meer prijs zetten op sectorrisico. Voor beleggers geldt: let minder op het absolute winstniveau in één kwartaal en meer op signalen over provisioning, achterstallige betalingen en sectorconcentraties.
Implicaties voor bankensector en beurssentiment
De ING-cijfers ondersteunen het idee dat Europese banken nog steeds geld verdienen in een lastige omgeving. Dat helpt het sentiment rond bankaandelen, zeker wanneer de markt vreest voor snelle winstdaling. Maar de outlook voor 2026 blijft afhankelijk van vier knoppen:
- Het rentepad en de depositoconcurrentie.
- De mate waarin provisies meebewegen met marktactiviteit.
- Kosteninflatie en de discipline op efficiency.
- De vraag of kredietverliezen beperkt blijven of alsnog oplopen.
De kernboodschap voor u: winstgevendheid is er nog, maar de risico’s verschuiven. Niet één headlinecijfer, maar juist de mix van rentebaten, fees, kosten en kredietkwaliteit bepaalt of banken in 2026 defensief of juist cyclisch worden geprijsd op de beurs.