Jarenlang was indexbeleggen voor pensioenfondsen en verzekeraars de veilige standaard: goedkoop, transparant en vrijwel onmogelijk om structureel te verslaan. Nu schuift die overtuiging op. Grote Nederlandse institutionele beleggers willen minder strikt de index volgen, juist omdat die indexen steeds meer leunen op een kleine groep dominante Amerikaanse techbedrijven. De wens: meer grip op risico’s, minder concentratie, en meer ruimte om te sturen op sectoren en regio’s. Dat heeft gevolgen voor kosten en rendement, maar ook voor de krachtsverhoudingen op aandelenmarkten, inclusief de rol van Europa.
Waarom de draai weg van passief nu versnelt
De kern van de trend is eenvoudig: wie passief belegt, koopt de markt zoals die is. En de markt is de afgelopen jaren steeds schever geworden. In brede wereldindexen is het gewicht van een handvol megacaps sterk toegenomen, mede door de koersrally in AI, halfgeleiders en platformbedrijven. Voor een pensioenfonds lijkt dat efficiënt, maar het betekent ook dat uw pensioenvermogen indirect steeds afhankelijker wordt van dezelfde factoren: Amerikaanse techgroei, dollarbewegingen en een beperkt aantal bedrijfsmodellen.
Institutionele partijen willen die afhankelijkheid verkleinen. Niet omdat tech “slecht” is, maar omdat concentratierisico in een portefeuille zich soms pas laat zien als het misgaat. Actief beheer biedt de mogelijkheid om limieten te zetten op individuele namen, sectoren of regio’s, zonder de hele aandelenallocatie te verlaten.
De risico’s die men wil vermijden
Tech-concentratie en indexmechaniek
Indexen wegen op basis van marktkapitalisatie. Stijgt een aandeel hard, dan krijgt het automatisch meer gewicht, en passieve geldstromen versterken dat effect. Het resultaat: een zelfversterkende concentratie in winnaars. Voor pensioenfondsen die stabiliteit en spreiding zoeken, voelt dat als een ongemakkelijke asymmetrie: u profiteert van de stijging, maar u draagt ook disproportioneel het neerwaartse risico als sentiment of regelgeving keert.
Tracking risk als bestuurlijk risico
Wie afwijkt van de benchmark loopt tracking error. In goede jaren is dat te verantwoorden, in slechte jaren kan het bestuurlijk lastig worden. Toch zien we dat de definitie van “risico” verschuift. Niet alleen afwijking van de index telt, maar ook het risico dat de index zelf te smal is geworden. Besturen willen kunnen uitleggen waarom ze niet blind meebewegen met een geconcentreerde index, zeker richting toezichthouders en deelnemers.
Valuta- en geopolitieke gevoeligheid
De VS weegt zwaar in wereldindexen. Daarmee neemt automatisch de blootstelling aan de dollar en aan Amerikaans beleidsrisico toe. Denk aan exportrestricties, antitrust, AI-regulering of geopolitieke escalatie. Actiever beheren maakt het mogelijk die gevoeligheden te doseren, bijvoorbeeld via meer Europa, meer value-sectoren of gerichte hedges.
Wat dit betekent voor aandelenmarkten
Als grote partijen minder indexvolgend beleggen, verandert de vraag op twee niveaus. Ten eerste kan de constante koopdruk op de grootste indexnamen iets afnemen. Dat betekent niet direct dalende koersen, maar wel dat waarderingen minder automatisch door passieve instroom worden ondersteund. Ten tweede kan de belangstelling voor achterblijvers toenemen: Europese aandelen, midcaps, en sectoren die in indexen relatief klein zijn, zoals industrie, financials en delen van gezondheidszorg.
Dit voedt het scenario van sectorrotatie: weg van een smalle groei- en techdominantie, richting bredere marktparticipatie. Voor ondernemers is dat relevant omdat kapitaalkosten en sentiment per sector kunnen verschuiven. Een markt die minder om zeven aandelen draait, prijst cyclische winst en dividendstromen vaak anders.
Kosten en rendement: duurder, maar niet per se slechter
Actief beheer is gemiddeld duurder dan passief. Daar staat tegenover dat institutionele beleggers schaalvoordeel hebben en fees stevig kunnen onderhandelen. Belangrijker is de vraag wat ze ervoor terugkrijgen: risicobeheer, flexibiliteit en mogelijk een gelijkmatiger rendementspatroon. In een wereld met hogere rente en meer macrovolatiliteit kan dat aantrekkelijker zijn dan in het tijdperk van bijna gratis geld, toen één factor, groei, alles domineerde.
-
Kosten: hogere beheervergoeding, plus mogelijke transactiekosten door meer handelen.
-
Rendement: kans op outperformance, maar zekerder is dat het rendement anders verdeeld kan zijn over de tijd.
-
Risico: minder afhankelijk van megacaps, maar meer manager risico, dus selectie en governance worden belangrijker.
Europa krijgt een nieuwe kans, maar het is geen automatisme
Meer allocatie naar Europa ligt voor de hand: geografische spreiding, vaak lagere waarderingen en een sectorstructuur met relatief meer industrie en financials. Tegelijk is Europa gevoeliger voor energieprijzen, exportcycli en politieke fragmentatie. Actief beheer kan hier juist waarde toevoegen door landen, sectoren en bedrijven selectief te kiezen in plaats van “Europa breed” te kopen.
Voor context rond toezicht en marktbescherming in Nederland verwijzen we naar de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Wat u als belegger en ondernemer hiervan merkt
Voor u als particuliere belegger verandert er niet van de ene op de andere dag iets aan de prijs van een ETF. Maar de onderstroom is relevant: als grote, langetermijnbeleggers hun koopgedrag verschuiven, kan dat de relatieve waardering tussen regio’s en sectoren beïnvloeden. Voor ondernemers kan het betekenen dat kapitaalmarkten weer meer onderscheid gaan maken tussen bedrijfsmodellen en minder meebewegen op indexlogica. Wij zien dit als een nuchtere herijking: passief blijft krachtig, maar de tolerantie voor indexconcentratie neemt af.