Vrouwelijke ondernemers krijgen in Nederland even vaak financiering toegekend als mannen, maar de cheques zijn gemiddeld fors kleiner. Volgens het Code-V Data Report 2026 gaat het per investering om gemiddeld €750.000 minder. Dat verschil lijkt op papier een detail, maar in de praktijk is het een groeirem: minder ruimte om talent aan te nemen, voorraden op te bouwen, internationaal op te schalen of extra te investeren in productontwikkeling. En juist in een economie waarin productiviteit, innovatie en export onder druk staan, is de vraag niet óf dit relevant is, maar wat het ons kost.
Wat de cijfers zeggen en waarom “even vaak” niet genoeg is
Het opvallende aan de uitkomsten is de combinatie van twee realiteiten. Enerzijds: als vrouwen een financieringstraject ingaan, krijgen zij in vergelijkbare frequentie groen licht. Anderzijds: de gemiddelde ticketgrootte ligt substantieel lager en vrouwelijke ondernemers dienen bovendien minder vaak een aanvraag in.
Voor u als ondernemer of belegger is dat onderscheid essentieel. De allocatie van kapitaal gaat niet alleen over toegang, maar ook over schaal. Een bedrijf dat €250.000 ophaalt kan een bewezen product verder valideren. Een bedrijf dat €1 miljoen ophaalt kan vaak tegelijk opschalen, automatiseren en nieuwe markten openen. In groeifases is die stapgrootte bepalend voor tempo, marktaandeel en waardering.
Gevolgen voor groei, innovatie en de economie
Lagere tickets werken cumulatief. Een lagere ronde vandaag betekent meestal een lagere ambitie in hiring en marketing, waardoor omzetgroei achterblijft en de volgende ronde opnieuw kleiner uitvalt. Zo ontstaat een pad-afhankelijkheid die niet per se iets zegt over kwaliteit, maar veel over startpositie.
-
Groei: minder werkkapitaal en minder ruimte om te investeren in sales en internationalisering.
-
Innovatie: R&D en productontwikkeling worden sneller “nice to have” dan kernprioriteit.
-
Concurrentiekracht: trager opschalen maakt bedrijven kwetsbaarder voor beter gefinancierde concurrenten.
-
Kapitaalproductiviteit: de markt mist potentieel rendement als veelbelovende proposities ondergefinancierd blijven.
Waarom de tickets lager uitvallen: vier plausibele verklaringen
1) Dealflow en zelfselectie: minder aanvragen, andere instapmomenten
Als vrouwelijke ondernemers minder vaak een aanvraag indienen, komt een deel van het verschil al vóór de investeringscommissie tot stand. Dat kan te maken hebben met risicoperceptie, eerdere ervaringen, tijdsbelasting of simpelweg minder toegang tot “warme intro’s”. Ook kan het betekenen dat aanvragen later in de cyclus gebeuren, wanneer er minder financieringsbehoefte wordt geformuleerd of wanneer de ondernemer al langer heeft gebootstrapt.
2) Sectorverdeling: kapitaalintensiteit verschilt per branche
Ticketgrootte hangt sterk samen met sector. Software, deeptech en biotech trekken grotere rondes dan dienstverlening, retail of zorgconcepten in vroege fase. Als vrouwelijke ondernemers relatief vaker actief zijn in sectoren met lagere kapitaalintensiteit of lagere multiples, duwt dat het gemiddelde omlaag zonder dat er sprake hoeft te zijn van directe afwijzing. Maar zelfs dan blijft de vraag of kapitaalmarkten voldoende meebewegen met kansen in die sectoren.
3) Pitch-bias en vraagstelling: preventie versus promotie
Internationaal onderzoek laat geregeld zien dat ondernemers verschillende vragen krijgen: mannen vaker groeigerichte vragen, vrouwen vaker risicobeperkende vragen. Dat beïnvloedt de framing van de deal en uiteindelijk de uitkomst: lagere waardering, meer zekerheden of een kleinere cheque. Het is niet altijd bewuste discriminatie, maar wel een terugkerend patroon in besluitvorming onder onzekerheid.
4) Netwerk-effecten: wie zit er aan tafel en wie kent u al
Venture capital, angel investing en zelfs delen van bancaire kredietverlening draaien op vertrouwen en herhaalrelaties. Wie vaker in de “standaardnetwerken” zit, krijgt sneller toegang tot grotere tickets en co-investeerders. Minder diversiteit in investment teams kan dat versterken, simpelweg omdat herkenning en referenties zwaarder wegen wanneer data beperkt zijn.
Wat investeerders, banken en overheid concreet kunnen doen
Als we kapitaalallocatie willen verbeteren, moet de oplossing op meerdere plekken tegelijk liggen: bij de instroom, in het beoordelingsproces en in de opvolging na toekenning.
Investeerders en fondsen
-
Standaardiseer due diligence: werk met vaste scorecards en vergelijkbare vraagsets om framing-effecten te verminderen.
-
Meet ticketgrootte per segment: niet alleen “aantal deals”, maar ook gemiddelde en mediane cheque per sector en fase.
-
Vergroot de pool aan co-investeerders: syndiceer actief om grotere rondes mogelijk te maken bij bewezen tractie.
Banken en alternatieve financiers
-
Herijk risicomodellen: kijk of zekerheden, sectorlabels en historische defaults niet onbedoeld groepen benadelen.
-
Vergroot “pre-application support”: help ondernemers eerder met financiële onderbouwing en scenario’s, zodat aanvragen vaker en groter worden ingediend.
Overheid en ecosysteem
-
Transparantie en prikkels: stimuleer rapportage over tickets, niet alleen over aantallen, binnen publieke regelingen.
-
Opschalingsinstrumenten: garanties of co-investeringsvehikels kunnen de stap naar grotere rondes verkleinen.
Voor beleid en instrumenten rond ondernemerschap en financiering is het logisch om te kijken naar het raamwerk en de regelingen van de Rijksoverheid.
Wat u hiermee kunt als ondernemer of belegger
Voor ondernemers is de les dat “toegang” niet hetzelfde is als “voldoende schaal”. Het helpt om vanaf het begin financieringsbehoefte te formuleren in groeipaden: welk bedrag hoort bij welke mijlpalen, en wat is het alternatief als het ticket kleiner uitvalt. Voor beleggers is de kernvraag: laten we rendement liggen door te kleine cheques, te weinig follow-on of te smalle dealflow?
De kloof zit niet alleen in wie geld krijgt, maar vooral in hoeveel en onder welke voorwaarden. Als die mismatch blijft bestaan, betaalt de economie de rekening in langzamere groei en minder innovatie. Dat is geen ideologisch punt, maar een efficiëntievraagstuk voor kapitaalmarkten.