Dat DNB-president Olaf Sleijpen de nieuwe voorzitter wordt van het Network for Greening the Financial System (NGFS) is meer dan een wisseling van de wacht. Het is een signaal dat klimaat- en natuurrisico’s steviger verankerd raken in toezicht, stresstests en uiteindelijk in de prijs van krediet en kapitaal. Voor u als belegger of ondernemer betekent dit: scherper zicht op welke sectoren duurder gefinancierd worden, waar banken hun portefeuilles moeten opschonen en welke ondernemingen beter door de volgende toezichtcyclus komen.
Waarom de NGFS-rol ertoe doet voor de markt
Het NGFS is een netwerk van meer dan 150 centrale banken en toezichthouders dat op vrijwillige basis richtlijnen, scenario’s en best practices ontwikkelt voor het omgaan met klimaat- en natuurrisico’s. Die vrijwilligheid is precies de kracht: NGFS-publicaties worden vaak de feitelijke standaard waarop toezichthouders, banken en grote beleggers hun modellen baseren.
Met Sleijpen als voorzitter komt er waarschijnlijk extra nadruk op toepasbaarheid: scenario’s die niet alleen academisch kloppen, maar ook in interne modellen, ICAAP-processen en kredietbeoordelingen landen. Dat raakt de markt via drie kanalen: strengere klimaatstresstests, mogelijke doorwerking naar kapitaaleisen en een herprijzing van kredietverlening aan CO2-intensieve sectoren.
Aanscherping van klimaatstresstests: van rapport naar stuurinstrument
Meer datapunten, minder vrijblijvendheid
De eerste generatie klimaatstresstests was bij veel instellingen vooral verkennend: lange horizons, grove aannames en beperkte consequenties. De trend in toezicht is dat klimaatrisico’s steeds meer dezelfde discipline krijgen als krediet- en marktrisico. U kunt daarom rekenen op meer detail in scenario’s, meer aandacht voor fysieke risico’s (schade door extreem weer) en transitierisico’s (beleid, technologie, reputatie), en nadrukkelijker ook natuurrisico’s zoals biodiversiteitsverlies dat ketens en zekerheden kan raken.
Voor banken betekent dit dat datakwaliteit en modelvalidatie zwaarder gaan wegen. Voor beleggers betekent het meer transparantie over kwetsbare exposures, maar ook het risico op negatieve verrassingen als portefeuilles herijkt worden.
Kapitaaleisen: niet morgen een “klimaatbuffer”, wel meer druk via bestaande regels
Directe, uniforme kapitaalopslagen puur op basis van “bruin versus groen” zijn politiek en technisch nog steeds lastig. De meest waarschijnlijke route is indirect: klimaat- en natuurrisico’s worden sterker vertaald naar bestaande pijlers van toezicht, zoals de interne kapitaalbeoordeling en de SREP. Als een bank onvoldoende kan aantonen dat risico’s goed worden gemeten en gemanaged, kan dat leiden tot hogere vereiste buffers of beperkingen in uitkeringen.
In de praktijk komt de prikkel dan niet als een apart klimaatpercentage, maar als een hogere kapitaaleis omdat het risicoprofiel en governance onvoldoende zijn. Dit heeft consequenties voor de prijs van krediet, vooral bij langlopende exposures waar transitie- en fysieke risico’s cumuleren.
Kredietverlening aan CO2-intensieve sectoren: duurder, selectiever, meer convenanten
Voor ondernemers in CO2-intensieve sectoren wordt de dialoog met de bank zakelijker en strakker. Niet per se “geen krediet”, maar vaker onder voorwaarden: transitieplannen, capex-roadmaps, meetbare reductiedoelen, en convenanten die het beleid van de onderneming dichter op de financiering zetten.
-
Prijs: hogere risicopremies als onzekerheid over beleid of technologie groot is.
-
Looptijd: kortere tenors of snellere herprijzing om transitierisico’s te kunnen bijsturen.
-
Structuur: meer zekerheden, rapportageverplichtingen en step-ups of step-downs gekoppeld aan KPI’s.
Voor u als belegger kan dit doorwerken in marges en investeringsruimte van bedrijven in onder meer industrie, transport en bouwketens. Ook vastgoed kan geraakt worden via financierbaarheid van energie-inefficiënte objecten en de waarde van zekerheden.
Doorwerking in EU-toezicht: ECB/SSM krijgt een steviger referentiekader
De ECB en het Single Supervisory Mechanism gebruiken NGFS-scenario’s en inzichten al als input. Met een Nederlandse voorzitter neemt de kans toe dat de brug tussen scenario’s en toezichtpraktijk sneller wordt geslagen. Denk aan meer vergelijkbaarheid tussen banken, scherpere verwachtingen rond datamanagement en governance, en een nadruk op hoe klimaat- en natuurrisico’s doorwerken in klassieke risico’s zoals kredietverlies, onderpandwaardes en operationele kwetsbaarheid.
Wie wil volgen hoe de Europese centrale bank klimaatrisico’s in toezicht benadert, kan terecht bij het overzicht van de ECB over klimaat- en milieurisico’s in bancair toezicht.
Nederlandse praktijk: wat u de komende 12 tot 24 maanden kunt merken
Voor Nederlandse banken en hun klanten wordt 2026 en 2027 waarschijnlijk een periode waarin “klimaat in het jaarverslag” verschuift naar “klimaat in kredietbeslissingen”. Wij verwachten concreet meer standaardisatie in vragenlijsten, strengere eisen aan transitieplannen en meer gebruik van sectorbenchmarks.
Voor particuliere beleggers kan het effect zichtbaar worden in drie gebieden: hogere kapitaalkosten bij bepaalde bedrijven, veranderende winstverwachtingen door extra investeringen in verduurzaming, en koersreacties wanneer banken of toezichthouders nieuwe bevindingen publiceren. Dat is geen reden voor paniek, wel voor scherpere analyse: welke bedrijven kunnen hun transitie financieren, en welke lopen vast op kosten of toegang tot kapitaal?