Jongvolwassenen lenen minder dan eerdere cohorten, maar juist de groep van 25 tot 30 jaar heeft de hoogste betalingsachterstanden. Dat spanningsveld zet de kredietmarkt op scherp: minder uitstaand krediet betekent niet automatisch minder risico. Voor banken en kredietverstrekkers wordt de vraag urgenter waarom deze leeftijdsgroep vaker uit de pas loopt en wat dat betekent voor acceptatiebeleid, risicomodellen en betaalregelingen. Wie onderneemt, belegt of vastgoed financiert, merkt de gevolgen uiteindelijk in de prijs en beschikbaarheid van krediet.
Een paradox in de kredietmarkt: minder lenen, meer problemen
Uit de analyse van de BKR Monitor door kredietbemiddelaar Nederlands Krediet Collectief blijkt dat 25 tot 30 jarigen met een krediet relatief het vaakst een betalingsachterstand hebben: ruim 11%, het hoogste van alle leeftijdsgroepen. Dat is opvallend, omdat juist jongvolwassenen gemiddeld minder krediet opnemen dan voorheen.
De kern is dat de kredietmix is veranderd. Waar consumptief krediet vroeger vaker via doorlopende kredieten en persoonlijke leningen liep, zien we nu een verschuiving naar flexibele betaalvormen en kortlopende verplichtingen. Dat lijkt klein en behapbaar, maar kan in de praktijk leiden tot stapeling van maandlasten. Voor risicobeheer telt niet alleen het totale kredietbedrag, maar vooral de voorspelbaarheid van kasstromen en de kans op “payment shock” zodra meerdere termijnen samenkomen.
Waarom juist 25 tot 30 jarigen vaker achterlopen
Hogere vaste lasten, kwetsbaardere buffer
Deze leeftijdsfase is financieel intensief. Veel mensen verhuizen, gaan samenwonen, krijgen kinderen of starten als zelfstandige. Tegelijk zijn de woonlasten hoog en de ruimte om te sparen vaak beperkt. Het gevolg is dat een relatief kleine tegenvaller, denk aan een hogere energierekening, een tijdelijke inkomensdip of onverwachte zorgkosten, sneller doorwerkt in betalingsgedrag.
Flexibele arbeid en wisselende inkomsten
De groep 25 tot 30 kent bovengemiddeld vaak flexibele contracten, projectwerk of een start als zzp’er. Dat is niet per definitie risicovol, maar het maakt inkomenspatronen grilliger. Risicomodellen die sterk leunen op stabiel loon uit dienstverband kunnen deze volatiliteit onderschatten, zeker wanneer recente baanwissels of variabele bonussen een rol spelen.
“Kleine” verplichtingen die groot worden
De bekende “koop nu, betaal later” dynamiek verlaagt de psychologische drempel om uitgaven naar voren te halen. Het kredietbedrag per transactie is laag, maar meerdere verplichtingen tegelijk vergroten de kans dat een betaalmoment wordt gemist. Achterstanden ontstaan dan niet door één grote lening, maar door cumulatie, timing en gebrek aan overzicht.
Wat dit betekent voor banken: acceptatie en prijs van risico
Voor kredietverstrekkers is dit een signaal dat klassieke segmentatie op leeftijd of inkomen te grof kan zijn. De uitkomst kan zijn dat acceptatiecriteria worden aangescherpt, met meer nadruk op betaalcapaciteit onder stress. Denk aan strengere leennormen, extra checks op vaste lasten en een zwaardere weging van betaalhistorie.
Daarnaast kan de prijs van risico verschuiven. Als achterstanden structureel hoger blijven in een specifieke groep, dan vertaalt dat zich vaak in hogere risicokosten en dus hogere rentes of lagere kredietlimieten. Dat werkt door in de bredere economie: minder consumptieve bestedingsruimte, meer druk op de retailketen en uiteindelijk ook effect op ondernemers die afhankelijk zijn van consumentenbestedingen.
Risicomodellen moeten mee: van saldo naar gedrag
Wij zien dat kredietrisico steeds minder draait om het totale uitstaande bedrag en steeds meer om betalingsgedrag, timing en liquiditeitsstress. Modellen die beter voorspellen, combineren doorgaans:
-
stabiliteit van inkomen en contractvorm, inclusief variabiliteit over meerdere maanden
-
lastenprofiel, met name woonlasten en andere vaste verplichtingen
-
bufferindicatoren, zoals spaarpatronen en rekeningfluctuaties (waar toegestaan)
-
vroegsignalen: kleine incassomomenten, overschrijdingen en herhaald uitstelgedrag
Voor consumenten en ondernemers betekent dit dat “netto inkomen” alleen minder bepalend wordt. De voorspelbaarheid en discipline in cashflow krijgen meer gewicht.
Aanscherping van betaalregelingen: eerder ingrijpen, strakker kader
Wanneer achterstanden toenemen, is de volgende logische stap vaak strakker debiteurenbeheer. Dat hoeft niet alleen hard te zijn: eerder contact, kortere betaaltermijnen en gestructureerde regelingen kunnen escalatie voorkomen. Tegelijk kan het leiden tot minder coulance bij herhaald uitstel.
In de praktijk mag u rekenen op meer nadruk op preventie en toetsing, mede onder toezichtkaders. De Autoriteit Financiële Markten hamert al langer op zorgvuldige kredietverlening en passend beleid voor kwetsbare klanten, zie ook de informatie op de website van de AFM.
Wat u als ondernemer en belegger hieruit kunt halen
Dit nieuws is geen voetnoot. Een hogere achterstandsratio bij jongvolwassenen kan doorwerken in kredietgroei, consumentenbestedingen en de kosten van financiering. Voor ondernemers is het relevant bij het inschatten van vraag, retouren en betaalgedrag. Voor beleggers is het een datapunt voor banken, fintechs en retailers: meer risico betekent vaak hogere voorzieningen, strengere groeiambities en mogelijk druk op marges.
De paradox blijft: minder lenen is niet automatisch gezonder. In deze leeftijdsgroep draait het steeds vaker om cashflow, overzicht en timing. En juist dat is waar kredietverleners hun beleid en modellen nu op moeten herijken.