De AFM laat in een positieve audit weten dat het convenant met Stichting DSI over vakbekwaamheid van beleggingsprofessionals “efficiënt en effectief” werkt binnen het risicogestuurde toezicht. Dat klinkt technisch, maar voor banken, vermogensbeheerders en zelfstandige adviseurs is de boodschap praktisch: de kans is groot dat het huidige stelsel met DSI-registratie als ruggengraat leidend blijft. Tegelijkertijd mogen partijen verbeteringen verwachten die direct raken aan governance, dossiervorming, opleidingsinspanningen en de manier waarop u als belegger wordt beschermd.
Wat is er precies onderzocht en waarom is dit relevant?
De AFM liet door onderzoeksbureau KWINK groep een audit uitvoeren naar het convenant met DSI. Dat convenant is bedoeld om te borgen dat beleggingsprofessionals aantoonbaar voldoen aan vakbekwaamheidseisen die voortvloeien uit Europese regels. Denk aan eisen rond kennis, vaardigheden, permanente educatie en toetsbaarheid van competenties.
De kernconclusie is belangrijk voor de sector: het convenant werkt als instrument binnen het risicogestuurde toezicht van de AFM. Met andere woorden: de toezichthouder ziet dit als een bruikbaar mechanisme om kwaliteit te borgen zonder dat zij alles zelf tot op persoonsniveau hoeft te organiseren.
Voor de officiële toelichting en context kunt u terecht bij de publicatie van de AFM over de audit van het DSI-convenant.
Blijft het huidige stelsel leidend?
De positieve beoordeling vergroot de kans dat DSI als marktstandaard in de praktijk dominant blijft. Voor veel instellingen is dit stelsel inmiddels verweven met HR-processen, compliance, het klantacceptatiebeleid en periodieke kwaliteitscontroles. Een alternatief optuigen zou duur en verstorend zijn, zeker nu de druk op kosten en marges in vermogensbeheer en advies al hoog is.
Dat betekent niet dat er niets verandert. Juist omdat het stelsel “werkt”, ligt het voor de hand dat AFM en DSI de komende periode inzetten op aanscherping en harmonisatie. Niet om het systeem omver te halen, maar om het consistenter, beter aantoonbaar en beter uitlegbaar te maken richting klanten en toezichthouder.
Welke verbeteringen mogen banken, vermogensbeheerders en zzp-adviseurs verwachten?
1) Strakkere governance en rolvastheid
Een audit die positief uitvalt, leidt vaak tot een tweede stap: scherpere verwachtingen over verantwoordelijkheden. Wie binnen een organisatie is eigenaar van vakbekwaamheid? Hoe wordt gestuurd op actualiteit van kennis? En hoe wordt omgegaan met uitzonderingen, tijdelijke inzet of functiewijzigingen? We verwachten dat organisaties hun “three lines”-inrichting rondom vakbekwaamheid explicieter moeten maken: eerstelijns management dat stuurt, tweedelijns compliance die kaders stelt en monitort, en interne audit die periodiek toetst.
2) Meer nadruk op aantoonbaarheid en datakwaliteit
Voor de praktijk is dit een cruciaal punt. Vakbekwaamheid gaat niet alleen over opleiden, maar ook over kunnen bewijzen dat iemand bevoegd en bekwaam is op het moment dat u advies krijgt of dat een portefeuille wordt beheerd. Dat leidt doorgaans tot betere registraties, vollediger opleidingsdossiers en scherpere controles op geldigheid van certificeringen en permanente educatie.
3) Consistentere interpretatie van Europese normen
De Europese regels laten ruimte voor invulling, maar die ruimte kan in de markt tot verschillen leiden. Een effectieve standaard is pas écht waardevol als interpretaties convergeren. Verwacht daarom meer guidance, uniformering van competentieprofielen en mogelijk aanscherping in hoe DSI en aangesloten partijen omgaan met functiescheiding, productcomplexiteit en klantdoelgroepen.
Gevolgen voor opleidingskosten en capaciteit
Een positieve audit betekent niet automatisch lagere kosten. Integendeel: als de aanbevelingen leiden tot betere vastlegging, intensievere permanente educatie of strakkere functiemapping, kunnen de totale compliance- en opleidingskosten stijgen. Zeker bij banken en grotere vermogensbeheerders kunnen dit forse programma’s worden, omdat elke rol, van relatiemanager tot beleggingsspecialist, goed moet worden ingeschaald en gevolgd.
Voor zelfstandige adviseurs ligt de impact anders: zij voelen minder interne governance-druk, maar juist relatief meer last van administratieve eisen en opleidingsuren, omdat die direct op de ondernemer zelf neerkomen. In een markt waar uurtarieven onder druk staan, kan dat leiden tot consolidatie of tot scherpere nichepositionering.
Wat merkt u als belegger van deze ontwikkeling?
Voor u als klant zit de winst vooral in voorspelbaarheid en bescherming. Als vakbekwaamheid beter wordt geborgd, wordt de kans kleiner dat u te maken krijgt met onvoldoende gekwalificeerde begeleiding bij complexe producten, risicovolle strategieën of onduidelijke kostenstructuren. Ook helpt het in klachten en geschillen: betere dossiers en heldere rolafbakening maken de beoordeling achteraf consistenter.
Daar staat tegenover dat extra governance en opleidingsdruk kan doorwerken in tarieven, minimumvermogens of de mate van standaardisering in dienstverlening. Partijen zullen de balans zoeken tussen kwaliteit, schaalbaarheid en betaalbaarheid.
De bottom line voor de sector
-
Het DSI-convenant krijgt met de positieve audit extra legitimiteit, waardoor het huidige stelsel waarschijnlijk de basis blijft.
-
Verbeteringen zullen vooral zitten in governance, aantoonbaarheid en uniformere toepassing van Europese vakbekwaamheidseisen.
-
Opleidings- en compliancekosten kunnen stijgen, met relatief meer druk bij zelfstandigen en kleine kantoren.
-
Beleggersbescherming wordt concreter, maar kan gepaard gaan met hogere drempels of meer gestandaardiseerde dienstverlening.