Een plofkraak draait niet alleen om de schade aan een geldautomaat, maar vooral om de buit die criminelen hopen mee te nemen. Juist daar ligt volgens een gesprekssessie bij De Nederlandsche Bank een mogelijke route om deze vorm van criminaliteit minder aantrekkelijk te maken. DNB en deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut hebben gekeken naar technieken met inkt, lijm en synthetisch DNA die bankbiljetten onbruikbaar maken of de herkomst ervan beter traceerbaar maken.
De buit minder bruikbaar maken
Bij een plofkraak is de fysieke schade vaak direct zichtbaar. Een geldautomaat wordt opgeblazen, met risico’s voor omwonenden, winkels, woningen en andere panden in de directe omgeving. De financiële schade reikt verder dan de automaat zelf. Banken, exploitanten en verzekeraars krijgen te maken met herstelkosten, veiligheidsmaatregelen en mogelijke verstoring van de dienstverlening.
De besproken aanpak richt zich op de kern van het verdienmodel van de daders. Als cash na een explosie duidelijk wordt gemarkeerd, vastplakt of op andere wijze moeilijk te gebruiken is, daalt de waarde van de buit. Dat kan criminelen ontmoedigen, ook als het voorkomen van iedere aanval in de praktijk niet haalbaar is.
Inkt, lijm en synthetisch DNA
Inkt als zichtbaar signaal
Inkt kan bankbiljetten na een aanval markeren. Daarmee wordt voor winkels, banken en mogelijk ook voor andere partijen herkenbaar dat geld vermoedelijk uit een misdrijf afkomstig is. De praktische kracht van deze methode zit in de combinatie van waardeverlies en herkenbaarheid. Een biljet dat verdacht oogt, is lastiger opnieuw in omloop te brengen.
Lijm kan de buit blokkeren
Lijm kan ervoor zorgen dat biljetten aan elkaar blijven zitten of dat ze niet zonder schade uit een cassette of geldautomaat kunnen worden gehaald. Daarmee verschuift de aanval van een snelle buit naar een probleem voor de dader. De techniek moet daarbij betrouwbaar genoeg zijn om alleen bij een daadwerkelijke inbraak of explosie te worden geactiveerd.
Synthetisch DNA voor opsporing
Synthetisch DNA kan voor forensisch onderzoek een extra spoor opleveren. De stof kan objecten, geld of betrokken personen aan een specifieke gebeurtenis koppelen. Het is geen vervanging voor regulier recherchewerk, maar kan wel helpen om bewijsmateriaal sterker te maken. Voor een effectieve toepassing zijn goede procedures nodig voor veiligstellen, onderzoek en beoordeling van sporen.
Techniek werkt alleen als de keten meedoet
Een beveiligingsmaatregel heeft pas effect als partijen in de hele geldketen weten hoe zij ermee moeten omgaan. Banken en automaatbeheerders moeten de systemen kunnen toepassen. Winkeliers en andere ontvangers van contant geld moeten verdachte biljetten herkennen en melden. Ook politie en forensische specialisten hebben een rol bij de opvolging.
Daarbij blijven vragen bestaan over kosten, onderhoud, foutmeldingen en de impact op normale gebruikers van geldautomaten. De exacte omvang van de inzet van deze technieken en de resultaten ervan zijn op basis van de beschikbare informatie nog niet bekend. Wel laat de bijeenkomst zien dat de aandacht verschuift van alleen fysieke beveiliging naar het aantasten van de opbrengst van criminaliteit.
Wat betekent dit voor ondernemers en beleggers?
Voor ondernemers kan betere bescherming van geldautomaten het risico op schade in de omgeving en verstoring van de cashbetalingsketen verkleinen. Voor beleggers is het vooral een signaal dat banken en cashinfrastructuur blijven investeren in fraudepreventie en operationele weerbaarheid. Meer achtergrond over de rol van de centrale bank vindt u bij De Nederlandsche Bank.
