Europa trekt de defensiebegrotingen in hoog tempo op, maar juist de bedrijven die productie en innovatie moeten opschalen, het defensie-mkb en niet-beursgenoteerde securityspelers, blijven vaak verstoken van groeikapitaal. Dat is geen tekort aan geld, maar een probleem van route en risicokader: vermogensbeheerders vinden de weg naar private defensieketens moeilijk, terwijl banken en private financiers terughoudend zijn door regelgeving, reputatierisico en beperkte zekerheden. Brancheorganisatie DUFAS en KPMG zetten daarom een Europees Security Fund op de agenda: een fondsconstructie die privaat kapitaal bundelt en doelgericht naar deze ‘missing middle’ kan sturen.
Waarom het kapitaal het defensie-mkb niet bereikt
De financieringskloof in het defensie-mkb is in de kern een combinatie van marktfalen en beleidskaders. Er is veel institutioneel vermogen beschikbaar, maar het past vaak niet bij de financieringsvraag van middelgrote, niet-beursgenoteerde bedrijven met projectmatige omzet, lange doorlooptijden en exportgevoelige orders.
Drie blokkades die telkens terugkomen
-
Bankfinanciering knelt door risico en zekerheden: opschalen vraagt werkkapitaal, capex en voorfinanciering van orders. Zekerheden zijn vaak beperkt, terwijl contracten afhankelijk zijn van aanbestedingen, exportlicenties en politieke besluitvorming.
-
Institutionele beleggers missen een ‘investeerbaar’ product: pensioenfondsen en verzekeraars zoeken schaal, transparantie, voorspelbare cashflows en een juridisch kader dat past bij hun verplichtingen. Een versnipperd mkb-landschap met beperkte rapportage en due diligence-capaciteit sluit daar slecht op aan.
-
ESG, compliance en reputatie: zelfs wanneer activiteiten defensief en legaal zijn, kan de classificatie van ‘defensie’ tot uitsluiting leiden in beleggingsmandaten. Daarnaast zijn er extra eisen rond sancties, eindgebruikers, dual use en exportcontrole.
Hoe een Europees Security Fund juridisch en financieel kan werken
Het idee achter een Europees Security Fund is het creëren van een standaard, schaalbaar kanaal waarmee private investeerders toegang krijgen tot een gespreide portefeuille van niet-beursgenoteerde security en defensiegerelateerde bedrijven. Juridisch ligt een pan-Europese fondsstructuur voor de hand die in meerdere lidstaten kan worden aangeboden, met uniforme rapportage en toezicht.
Mogelijke structuur: één fonds, meerdere compartimenten
In de praktijk zou zo’n fonds kunnen werken met compartimenten voor verschillende risicoprofielen:
-
Senior debt: leningen met relatief lagere risico’s, gericht op werkkapitaal, voorraadfinanciering en capex.
-
Mezzanine of unitranche: hogere coupon, meer flexibiliteit voor groeibedrijven, vaak met convenanten en soms equity sweeteners.
-
Private equity/growth: minderheidsbelangen voor snelle schaalvergroting, met nadruk op governance en exitmogelijkheden (bijvoorbeeld strategische verkoop of latere beursgang).
Een blended aanpak is denkbaar: een defensieve schuldlaag voor stabiliteit en een aandelenlaag voor groei. Daarmee ontstaat een risico-rendementsprofiel dat beter aansluit bij institutionele portefeuilles dan losse mkb-deals.
Risico’s: politiek, contractueel en operationeel
Wie in deze hoek investeert, moet accepteren dat risico anders voelt dan in ‘gewone’ industriële groei. Niet omdat alles speculatie is, maar omdat de risicodrijvers specifiek zijn:
-
Politiek en budgetcycli: defensieorders zijn gevoelig voor kabinetswissels, prioriteiten en Europese coördinatie.
-
Export- en sanctierisico: vergunningen en eindgebruikerschecks kunnen leveringen vertragen of blokkeren.
-
Opschalingsrisico: productiecapaciteit, supply chain en kwaliteitssystemen moeten snel volwassen worden, met risico op kostoverschrijdingen.
Daar staat tegenover dat langjarige raamcontracten en structureel hogere Europese uitgaven ook voor meer voorspelbaarheid kunnen zorgen dan vaak wordt aangenomen, mits de selectie en monitoring professioneel zijn.
De rol van institutionele beleggers: van uitsluiting naar voorwaarden
Voor pensioenfondsen, verzekeraars en grote vermogensbeheerders is de sleutel dat het fonds investeerbaar wordt binnen bestaande mandaten. Dat betekent: duidelijke definities (wat valt wel en niet onder security), strakke compliance op exportcontrole en sancties, en consistente rapportage. Voor beleggers die zich afvragen hoe toezichthouders kijken naar productgovernance en informatievoorziening, biedt de Autoriteit Financiële Markten relevante kaders rond transparantie en zorgplicht. Dit is geen garantie op acceptatie, maar wel het soort ‘rails’ dat nodig is om allocaties los te krijgen.
Wat betekent dit voor ondernemers, beleggers en de Europese kapitaalmarkt
Voor ondernemers: sneller schalen, maar ook meer discipline
Een Europees Security Fund kan de onderhandelingspositie van het defensie-mkb verbeteren: meer concurrentie op kapitaal, minder afhankelijkheid van één bank, en toegang tot groeifinanciering met sectorkennis. Daar staat tegenover dat governance, rapportage, cybersecurity-eisen en compliance zwaarder worden. Wie kapitaal wil, moet kunnen aantonen dat exportcontrole, ketentransparantie en kwaliteitsmanagement op orde zijn.
Voor beleggers: nieuw alternatief, met eigen volatiliteit
Voor particuliere beleggers is directe deelname waarschijnlijk beperkt, omdat dit soort fondsen vaak voor professionele beleggers zijn en lange looptijden kennen. Indirect kan het wel effect hebben: meer schaal bij toeleveranciers kan marges in de keten stabiliseren, wat doorwerkt naar beursgenoteerde primes en industriële spelers. Institutionele beleggers krijgen er een alternatief bij voor private credit en private equity, maar moeten accepteren dat liquiditeit laag is en dat reputatie- en beleidsrisico’s bij het rendement horen.
Voor Europa: stap richting volwassen kapitaalmarktunie
Als een Europees Security Fund lukt, is het meer dan een sectorfonds. Het is een test of Europa private besparingen kan mobiliseren naar strategische industrie, zonder alles via staatssteun of bankbalansen te laten lopen. Dat kan de Europese kapitaalmarkten verdiepen, standaardisering van private markten versnellen en een precedent scheppen voor andere strategische domeinen, zoals energiezekerheid en kritieke infrastructuur.
De kernvraag blijft: kan Europa een investeerbaar product bouwen dat zowel politiek verdedigbaar als financieel aantrekkelijk is? DUFAS en KPMG zetten een richting uit. De komende maanden worden cruciaal: niet voor de intenties, maar voor de juridische vorm, de risicodeling en de mate waarin institutionele beleggers bereid zijn daadwerkelijk te tekenen.