Het nieuwe pensioenstelsel belooft meer persoonlijke keuzes, maar de praktijk is weerbarstig: veel deelnemers, en opvallend vaak jongeren, laten hun beleggingsprofiel ongemoeid. Dat signaal geeft de AFM af na onderzoek naar het gebruik van de nieuwe ‘beleggingsvrijheid’ in premieregelingen. Het gevolg is dat een grote groep automatisch in de standaardoptie blijft zitten, ongeacht hun leeftijd, risicodraagkracht of financiële doelen. Dat kan prima uitpakken, maar het kan ook betekenen dat u onbewust te voorzichtig of juist te risicovol belegt, met directe gevolgen voor verwacht rendement, schommelingen en vertrouwen in het stelsel.
Wat de AFM precies signaleert
De AFM ziet dat deelnemers wel een keuze kúnnen maken tussen beleggingsprofielen, maar die keuze nauwelijks daadwerkelijk maken. Vooral jongeren passen hun profiel niet aan, terwijl zij in theorie de langste horizon hebben om beleggingsrisico’s uit te smeren. In het nieuwe stelsel is dat relevant, omdat het pensioenresultaat sterker meebeweegt met rendementen en omdat de deelnemer zichtbaarder merkt wat markten doen.
De kern van het signaal is niet dat jongeren “fout” zitten, maar dat de marktwerking achter keuzevrijheid niet vanzelf op gang komt. Als de default de facto de enige optie is, dan wordt de kwaliteit van die default, en de manier waarop deelnemers worden begeleid, bepalend voor de uitkomst.
Meer achtergrond over de rol van de toezichthouder vindt u op de pagina van de AFM over pensioenen.
Waarom jongeren blijven zitten waar ze zitten
Gedrag: de kracht van de default en uitstel
Het sterkste mechanisme is inertie. Als “niets doen” een acceptabele keuze lijkt, doet een grote groep niets. Dat effect wordt versterkt door uitstelgedrag, zeker bij iets dat ver weg voelt zoals pensioen. Jongeren hebben bovendien vaker andere financiële prioriteiten, zoals woonlasten, studiekosten, ondernemen of gezinsvorming.
Informatiebarrières: jargon, scenario’s en gebrek aan feedback
Beleggingsprofielen worden vaak uitgelegd met termen als defensief, neutraal en offensief, en met bandbreedtes in aandelenweging. Voor veel deelnemers blijft onduidelijk wat dat betekent voor hun koopkracht later, voor tussentijdse schommelingen, en voor “slechte jaren” vlak voor pensionering. Ook ontbreekt directe feedback: u merkt pas laat of een keuze passend was.
Vertrouwen en angst voor fouten
Keuzevrijheid kan ook keuzestress zijn. De angst om een verkeerde keuze te maken, en later spijt te krijgen, leidt tot stilzitten. Zeker in een periode met geopolitieke onzekerheid en zichtbare beursvolatiliteit is het psychologisch logisch dat deelnemers risico vermijden, ook als de horizon lang is.
Gevolgen voor rendement, risico en de sector
Voor deelnemers: kans op mismatch
Als u jong bent en relatief defensief belegt, kan dat op lange termijn een lager verwacht pensioenvermogen betekenen, omdat u minder profiteert van risicopremies op aandelen. Zit u juist te offensief zonder buffer of zonder dat u het beseft, dan zijn de tussentijdse dalingen moeilijker vol te houden, met het risico dat u op een slecht moment alsnog “vlucht” naar veiligheid.
Voor pensioenuitvoerders: zwaardere verantwoordelijkheid van defaults
Als de meerderheid in de standaardoptie blijft, verschuift de verantwoordelijkheid naar de uitvoerder: het lifecycle ontwerp, de overgang naar minder risico richting pensioen, en de communicatie over wat deelnemers kunnen verwachten worden cruciaal. De AFM-signalering vergroot de druk om aantoonbaar te maken dat defaults passend zijn voor brede groepen, en dat deelnemers begrijpen wat ze wel en niet kiezen.
Voor vermogensbeheerders: product en communicatie moeten samen kloppen
Vermogensbeheerders krijgen te maken met meer nadruk op transparantie over kosten en risico, en op de vraag hoe profielen in stressscenario’s presteren. Als deelnemers niet kiezen, wordt differentiatie op basis van “keuzemenu’s” minder relevant en komt de focus te liggen op robuuste implementatie, kostenbeheersing en heldere rapportage.
Praktische duiding: wanneer loont offensiever, en wat hoort daarbij
Offensiever beleggen loont vooral als u drie voorwaarden combineert: een lange horizon, voldoende draagkracht om tussentijdse dalingen uit te zitten, en de discipline om niet te switchen na tegenvallende jaren. Met een lange horizon kan een hoger aandelenbelang het verwachte rendement verhogen, maar de prijs is grotere volatiliteit en een grotere kans op forse dalingen op korte termijn.
Daar horen kosten en risico’s bij die u scherp moet hebben: hogere aandelenblootstelling betekent niet alleen meer schommelingen, maar soms ook hogere transactiekosten, hogere beheercomplexiteit en een grotere gevoeligheid voor markten die tegelijk dalen. Defensiever beleggen verlaagt doorgaans de pieken en dalen, maar kan uw pensioenopbouw bij langdurig lage reële rentes afremmen.
Wij zien in de praktijk dat de keuze minder gaat over “maximaal rendement”, en meer over volhoudbaarheid. Een profiel dat u begrijpt en kunt volhouden, verslaat vaak een theoretisch optimaal profiel dat u bij de eerste correctie toch verlaat.
Wat er beter kan: keuze-architectuur en communicatie
-
Maak de consequenties concreet: toon per profiel een bandbreedte van pensioenuitkomsten in euro’s en koopkracht, inclusief “slecht weer” scenario’s.
-
Werk met life events: triggermomenten bij eerste baan, loonsprong, huis kopen of starten als ondernemer om het profiel opnieuw te bekijken.
-
Stel één gerichte vraag: bijvoorbeeld of u een daling van 20% tot 30% in een slecht jaar acceptabel vindt, en vertaal dat naar een profiel.
-
Beperk het menu: minder opties met heldere labels werkt vaak beter dan veel profielen met kleine verschillen.
-
Transparantie over kosten: laat zien wat kosten op lange termijn doen met uitkomsten, zonder technische bijlagen als hoofdmoot.
De AFM legt hiermee een belangrijk punt op tafel: keuzevrijheid is pas echte vrijheid als u snapt wat de keuze betekent, en als het systeem u helpt op de momenten dat heroverwegen logisch is. Voor ondernemers en beleggers is de les herkenbaar: goede beslissingen vragen om goede informatie, maar vooral om een slimme inrichting van het keuzeproces.