De AFM legt de vinger op een pijnpunt dat in de praktijk vaak tot frictie leidt: de omgang met politiek prominente personen (PEPs) in het cliëntenonderzoek onder de Wwft. Uit toezichtonderzoek blijkt dat financiële instellingen niet altijd voldoende maatwerk leveren, terwijl PEP niet gelijk is aan hoog risico. Voor u als ondernemer, belegger of zakelijke klant kan dat directe gevolgen hebben: langere onboarding, extra vragen, meer doorlopende monitoring en in sommige gevallen zelfs de-risking. Voor instellingen nemen tegelijk de risico’s toe op boetes, herstelmaatregelen en reputatieschade als PEP-beleid te generiek of te defensief wordt toegepast.
Waarom de AFM nu nadruk legt op PEP-maatwerk
PEPs zijn cliënten die een prominente publieke functie bekleden of recent hebben bekleed, of die nauw met zo iemand verbonden zijn. De kern van de Wwft is risicogebaseerd werken: u voert cliëntenonderzoek uit dat past bij het concrete risico. De AFM signaleert dat instellingen dit bij PEPs soms omdraaien door PEP automatisch te behandelen als een categorie met standaard “hoog-risico”-maatregelen.
Dat is begrijpelijk vanuit voorzichtigheid, maar problematisch in toezicht. Het leidt tot twee bekende missers: enerzijds tekortschietende diepgang waar die wél nodig is, anderzijds onnodig zware barrières voor PEPs waar het risico beperkt is. In beide gevallen ontbreekt de onderbouwing, en juist die onderbouwing is waar toezichthouders op toetsen.
De AFM beschrijft de aandachtspunten in haar bericht Aandacht voor cliëntenonderzoek bij de omgang met politiek prominente personen.
Wat verandert er in de praktijk voor financiële instellingen
1) PEP is een trigger, geen eindconclusie
In de praktijk betekent dit dat de PEP-status vooral een signaalfunctie heeft: het verplicht instellingen om extra scherp te kijken naar integriteitsrisico’s, maar niet om standaard een “one size fits all”-pakket op te leggen. Instellingen moeten aantoonbaar uitleggen waarom een specifieke PEP in een bepaalde risicoklasse valt en welke maatregelen daarbij horen.
2) Herkomst van vermogen en middelen: specifieker en beter vastgelegd
Een terugkerend knelpunt is documentatie rond bron van vermogen (wealth) en bron van middelen (funds). De AFM verwacht dat instellingen hier geen checklist afvinken, maar een logisch, consistent verhaal vastleggen dat past bij het profiel en de transactiepatronen. Voor zakelijke klanten betekent dit vaker dat stukken over dividendstromen, verkoop van deelnemingen, vastgoedopbrengsten of internationale inkomsten beter moeten aansluiten op de feitelijke structuur en kasstromen.
3) Monitoring: meer dynamisch, minder “periodiek op de kalender”
PEP-risico’s veranderen. Een functie eindigt, een familierelatie komt in beeld, een bedrijf start met aanbestedingen, of er ontstaan ongebruikelijke internationale betalingen. De praktijkverschuiving is dat monitoring minder een vaste herbeoordelingscyclus wordt en meer een set triggers die tot snelle herweging leidt. Instellingen zullen hun scenario’s, alerts en opvolging beter moeten richten op het daadwerkelijke risico.
Concrete aandachtspunten voor onboarding en accountmanagement
Voor onboardingteams, relatiemanagers en compliance-afdelingen vertaalt dit zich naar een aantal concrete aandachtspunten:
-
Maak PEP-typering concreet: welke functie, welk land, welke invloedssfeer, welke duur en welk verband met het product of de dienst?
-
Documenteer de rationale: waarom is het risico laag, midden of hoog, en welke Wwft-maatregelen horen daarbij?
-
Voorkom overmatige standaardvragen: stel alleen vragen die u kunt uitleggen vanuit het risicoprofiel en de dienstverlening.
-
Leg vast hoe u omgaat met “PEP-relaties” bij zakelijke klanten: UBO’s, bestuurders, gevolmachtigden en belangrijke zakenpartners.
-
Zorg dat escalatie werkt: wanneer gaat een dossier naar senior management, en wat is precies de beslisroute?
De risico’s lopen op: boetes, reputatie en de-risking
Toezichtrisico: tekortkomingen worden sneller “structureel”
Als maatwerk ontbreekt, wordt een PEP-dossier al snel een voorbeeld van structurele zwakte in het Wwft-framework. Dat vergroot de kans op herstelmaatregelen, intensiever toezicht en in het uiterste geval sancties. Niet omdat een PEP op zichzelf fout is, maar omdat de instelling haar eigen risicobenadering niet aantoonbaar op orde heeft.
Reputatierisico: zowel te streng als te soepel is schadelijk
Te soepel omgaan met PEPs kan leiden tot incidenten met grote publicitaire impact. Maar ook te streng en te generiek optreden werkt reputatieschade in de hand, zeker als ondernemers of beleggers zich onnodig geblokkeerd voelen of als legitieme klanten wegvallen.
De-risking: zakelijke klanten met PEP-koppelingen voelen de druk
Wij zien in de markt dat zakelijke klanten met een PEP in de governance of in de aandeelhoudersstructuur vaker te maken krijgen met langere doorlooptijden, extra bewijsverzoeken en soms exit-besluiten. De AFM-lijn duwt instellingen richting beter onderbouwde besluiten. Dat kan de willekeur verminderen, maar betekent ook dat u als ondernemer eerder moet anticiperen op vragen over eigendomsstructuur, besluitvorming, geldstromen en relevante contracten.
Wat dit betekent voor u als ondernemer of belegger
Voor u geldt vooral: verwacht meer precisie en meer vastlegging. Heeft uw bedrijf een bestuurder, UBO of belangrijke relatie met PEP-status, dan is het verstandig om uw documentatie op orde te hebben en uw verhaal consistent te kunnen maken. Denk aan structuurdiagrammen, herkomst van kapitaal, contracten die grote betalingen verklaren en een duidelijke toelichting op internationale geldstromen.
Dit is geen financieel advies, maar een realistische gevolgtrekking van strenger en specifieker toezicht: wie zijn integriteitsverhaal scherp kan onderbouwen, komt doorgaans sneller door onboarding en behoudt meer ruimte in de relatie met de bank, broker of vermogensbeheerder.