Europese financiële regels werken pas echt goed als toezichthouders, banken, vermogensbeheerders en andere marktpartijen dezelfde richting op bewegen. Die boodschap stond centraal in een toespraak van AFM-bestuurder Hanzo van Beusekom tijdens de Annual European Compliance and Legal Conference. Zijn oproep tot een eensgezinde Europese aanpak raakt een kernvraag voor de sector: hoe voorkomen we dat grensoverschrijdende financiële dienstverlening vastloopt in uiteenlopende interpretaties van regels?
Eén Europese markt vraagt om consistente toepassing
De Europese financiële markt is sterk verweven. Banken financieren bedrijven in meerdere landen, beleggingsondernemingen bedienen internationale klanten en fondsen worden vaak in verschillende lidstaten aangeboden. Tegelijkertijd hebben instellingen te maken met Europese regels die nationaal worden uitgewerkt en gecontroleerd.
Juist daar ontstaat in de praktijk frictie. De hoofdregels kunnen Europees zijn, terwijl de toepassing, toezichtprioriteiten en verwachtingen per land verschillen. Voor grote financiële instellingen betekent dat extra processen, juridische toetsing en rapportage. Voor kleinere partijen kan die complexiteit een drempel vormen om over de grens actief te worden.
De AFM benadrukt met de oproep tot gezamenlijk optreden dat Europese samenwerking niet alleen een bestuurlijk onderwerp is. Het gaat ook om de werking van de kapitaalmarkt, het vertrouwen van consumenten en de ruimte voor ondernemingen om financiering aan te trekken.
Wat compliance-afdelingen hiervan merken
Voor compliance- en juridische afdelingen betekent een meer eensgezinde Europese koers in beginsel meer voorspelbaarheid. Wanneer toezichthouders vergelijkbare normen hanteren, kunnen instellingen hun interne controles, klantdocumentatie en risicobeoordelingen beter op een Europese basis inrichten.
Minder versnippering, maar niet automatisch minder werk
Harmonisatie betekent niet dat compliance eenvoudiger wordt of dat toezicht minder streng is. Integendeel, een gezamenlijke aanpak kan juist leiden tot scherpere en consistenter toegepaste eisen. Instellingen zullen moeten kunnen aantonen dat zij regels niet alleen formeel volgen, maar ook daadwerkelijk vertalen naar hun dagelijkse bedrijfsvoering.
- Bestuurders krijgen meer verantwoordelijkheid voor de inrichting van toezicht en interne beheersing.
- Compliance moet eerder betrokken zijn bij nieuwe producten, digitalisering en internationale groei.
- Juridische teams moeten alert blijven op verschillen tussen Europese regels en nationale uitvoering.
- Rapportages en klantcommunicatie moeten controleerbaar, begrijpelijk en consistent zijn.
De winst zit vooral in duidelijkheid. Als marktpartijen beter weten waar zij in meerdere Europese landen aan toe zijn, wordt het eenvoudiger om processen schaalbaar in te richten. Dat kan kosten en vertraging beperken, al hangt veel af van de manier waarop regels uiteindelijk worden toegepast.
Belang voor ondernemers en beleggers
Ook buiten de financiële sector is een meer uniforme aanpak relevant. Ondernemers zijn voor krediet, verzekeringen, betalingsverkeer en kapitaal afhankelijk van financiële instellingen. Als die instellingen grensoverschrijdend efficiënter kunnen werken, kan dat op termijn de toegang tot financiële diensten verbeteren. Dat is geen automatisme, maar wel een belangrijk economisch argument voor Europese afstemming.
Voor beleggers gaat het vooral om vertrouwen. Vergelijkbare regels rond informatievoorziening, zorgplicht en marktintegriteit helpen om beter te beoordelen welke bescherming geldt bij een aanbieder of product uit een andere lidstaat. Dat neemt risico’s niet weg, maar verkleint de kans dat verschillen in nationale uitvoering voor onverwachte lacunes zorgen.
Een gezamenlijke aanpak is bovendien van belang in een markt waarin technologiebedrijven, digitale platformen en internationale vermogensbeheerders steeds nadrukkelijker concurreren met gevestigde partijen. Toezicht dat te veel uiteenloopt, kan leiden tot ongelijke concurrentievoorwaarden of tot partijen die vooral de minst belastende route zoeken.
Europese samenwerking is ook een concurrentievraag
De oproep van de AFM past in een bredere discussie over de positie van Europa als financiële markt. Europese regels moeten beleggers en consumenten beschermen, zonder dat ondernemingen onnodig worden belemmerd in innovatie en groei. Die balans vraagt om samenwerking tussen nationale toezichthouders, Europese instellingen en de sector zelf.
Wie actief is in de financiële sector doet er daarom goed aan Europese regelgeving niet als een los compliance-dossier te behandelen. Het raakt strategie, technologie, productontwikkeling en internationale ambities. Via de Autoriteit Financiële Markten kunnen marktpartijen de Nederlandse toezichtontwikkelingen blijven volgen.
Voor ondernemers en beleggers is de kern helder. Meer Europese eensgezindheid kan zorgen voor meer voorspelbaarheid en vertrouwen in financiële markten. De keerzijde is dat instellingen hun compliance-organisatie aantoonbaar op orde moeten hebben. Juist daarin wordt regelgeving steeds meer een factor die concurrentiekracht en groeiruimte bepaalt.
