Aanvullende zorgverzekeringen lijken op het eerste gezicht een “extraatje” naast de basisverzekering, maar voor consumenten en verzekeraars gaat er veel geld in om. Juist daarom scherpt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de aandacht voor product governance aan: ook bij aanvullende polissen moet aantoonbaar zijn dat het klantbelang centraal staat in het product approval and review process (PARP). De toezichthouder ziet dat de basis bij verzekeraars vaak op orde is, maar noemt ook duidelijke verbeterpunten. Dat kan in de praktijk gevolgen hebben voor het productaanbod, de manier waarop premies worden vastgesteld, interne controles en het handhavingsrisico.
Wat de AFM precies onderzoekt: PARP bij aanvullende polissen
De AFM heeft bij ontwikkelaars van aanvullende zorgverzekeringen gekeken naar de naleving van de PARP-vereisten. PARP gaat in de kern over de vraag of een verzekeraar producten zo ontwikkelt, goedkeurt, monitort en periodiek herijkt dat ze passen bij een duidelijk omschreven doelgroep, en of de uitkomsten voor klanten in de praktijk ook kloppen.
Volgens de AFM is er bij veel partijen een fundament aanwezig, maar blijft er “ruimte voor verbetering”. De boodschap is helder: aanvullende verzekeringen vallen niet buiten de lat die de toezichthouder legt voor productontwikkeling en productreview. Voor u als belegger of ondernemer is dat relevant, omdat governance-eisen direct kunnen doorwerken in kosten, risico’s en commerciële vrijheid.
Meer achtergrond bij de publicatie vindt u op de site van de AFM over PARP bij aanvullende zorgverzekeringen.
Wat de toezichthouder van verzekeraars verwacht
Doelgroep scherp definiëren en aantonen dat het product daarbij past
Een terugkerend toezichtthema is dat verzekeraars niet alleen een doelgroep benoemen, maar ook onderbouwen waarom het product voor die groep geschikt is. Bij aanvullende zorgverzekeringen is dat extra relevant omdat de waarde sterk afhangt van gebruik: een polis kan aantrekkelijk ogen, maar teleurstellen als vergoedingen, maxima, wachttijden of uitsluitingen niet aansluiten bij het gedrag en de behoefte van de beoogde klant.
Een reviewproces dat meer is dan een jaarlijkse formaliteit
PARP vraagt om periodieke toetsing: blijft het product doen wat het moest doen, voor de doelgroep waarvoor het bedoeld was, onder actuele omstandigheden. Denk aan veranderend zorggebruik, nieuwe behandelmethoden, inflatie in zorgkosten en wijzigingen in distributie via tussenpersonen of online kanalen. De AFM signaleert dat de basis vaak staat, maar dat verzekeraars de inhoudelijke diepgang en aantoonbaarheid van die reviews kunnen verbeteren.
Klantbelang zichtbaar maken in besluitvorming
De AFM wil dat het klantbelang niet impliciet is, maar expliciet terugkomt in documenten, besluitnota’s en governance. Met andere woorden: het moet te volgen zijn hoe klantuitkomsten zijn meegewogen bij productkeuzes, bijsturing en eventuele afbouw van een product.
Verbeterpunten: waar de AFM de lat hoger legt
De AFM geeft aandachtspunten om PARP beter te maken. In de praktijk komt dit vaak neer op drie verbeterlijnen die verzekeraars herkenbaar raken in hun organisatie:
-
Betere onderbouwing van doelgroep en productfit, inclusief scenario’s waarin gebruik afwijkt van verwachtingen.
-
Strakkere productreviews met duidelijke triggers, meetpunten en opvolging, zodat signalen uit claims, klachten en overstapgedrag sneller doorwerken.
-
Meer consistente vastlegging en controleerbaarheid, zodat interne audit, compliance en uiteindelijk de toezichthouder kunnen volgen hoe besluiten tot stand kwamen.
Gevolgen voor productaanbod en premieontwikkeling
Minder “one size fits all”, meer gerichte proposities
Als verzekeraars doelgroepen preciezer moeten afbakenen, kan dat leiden tot meer segmentatie of juist tot het schrappen van producten die moeilijk te verantwoorden zijn. Sommige aanvullende modules kunnen verdwijnen als de toegevoegde waarde voor de beoogde klantgroep onvoldoende aantoonbaar is, of als de praktijkuitkomst structureel tegenvalt.
Premies: meer onderbouwing en mogelijk meer volatiliteit
PARP dwingt tot scherpere monitoring van klantuitkomsten en claims. Dat kan premies sneller laten meebewegen als de werkelijke schadelast afwijkt van de aannames. Tegelijk kan het ook leiden tot conservatievere productontwerpen, bijvoorbeeld met lagere maxima of strengere voorwaarden, om voorspelbaarheid te vergroten. Voor consumenten is dat merkbaar in de prijs kwaliteit verhouding; voor verzekeraars in marge- en reputatierisico.
Interne controles en handhavingsrisico: waarom dit ook beleggers raakt
Voor verzekeraars betekent een sterker PARP doorgaans zwaardere eisen aan governance: meer data, betere dossieropbouw en duidelijkere “three lines” rollen tussen business, compliance en interne audit. Dat kost geld, maar verlaagt op termijn het risico op misselling, klachten en herstelacties.
Wie naar beursgenoteerde of private verzekeraars kijkt, ziet hier twee kanten: enerzijds druk op operationele kosten en doorlooptijden in productontwikkeling, anderzijds minder kans op dure incidenten. Als de AFM tekortkomingen constateert en die onvoldoende worden opgevolgd, kan dat uitmonden in intensiever toezicht en uiteindelijk handhaving. Dat is geen theoretisch risico: juist bij massaproducten kan een governance-fout snel groot worden, met reputatieschade en commerciële impact als gevolg.
Wat u hieruit kunt meenemen
De AFM zet aanvullende zorgverzekeringen nadrukkelijk in hetzelfde governance-raamwerk als andere financiële producten. Voor u als ondernemer, belegger of kritische consument betekent dit dat productvoorwaarden en prijsstelling waarschijnlijk minder vrijblijvend worden. Verwacht een markt waarin verzekeraars vaker moeten aantonen voor wie een polis bedoeld is, waarom die waarde levert en hoe dat periodiek wordt getoetst. Dat maakt het aanbod mogelijk strakker, en het toezicht scherper.