De Accountantskamer heeft de AFM grotendeels in het gelijk gesteld in een tuchtzaak tegen een EY-accountant die betrokken was bij de controle van de jaarrekening 2019 van Airbus. De kern: er zijn onvoldoende controlewerkzaamheden verricht om “voldoende en geschikte controle-informatie” te verkrijgen voor de afgegeven controleverklaring. Voor u als belegger of ondernemer raakt dit aan een fundamentele vraag: hoeveel zekerheid mag u ontlenen aan gecontroleerde jaarcijfers, en wat verandert er als toezichthouders en tuchtrechters de lat zichtbaar hoger leggen?
Wat er is beslist en waarom dit ertoe doet
Volgens de samenvatting van de toezichthouder is de klacht van de AFM grotendeels gegrond verklaard. Dat betekent niet dat de jaarrekening van Airbus per definitie onjuist is, maar wel dat de accountant niet overtuigend heeft aangetoond dat hij of zij de benodigde diepgang en reikwijdte van controle-informatie heeft verzameld voordat de handtekening onder de controleverklaring ging.
In de praktijk is dit een belangrijk onderscheid. De tuchtuitspraak gaat over de kwaliteit van de uitgevoerde controle en de onderbouwing van het oordeel, niet over het vaststellen van fraude of een fout in de cijfers. Juist daarom is de uitspraak relevant voor marktintegriteit: het vertrouwen in financiële verslaggeving steunt op de discipline dat accountants aantoonbaar voldoende werk doen, ook als de uitkomst uiteindelijk “geen materiële afwijkingen” luidt.
Meer achtergrond bij de zaak staat op de pagina van de AFM over de tuchtzaak rond EY en Airbus.
Betrouwbaarheid van financiële verslaggeving: lat omhoog voor bewijs
Voor beleggers is een gecontroleerde jaarrekening vaak het vertrekpunt voor waardering, risicobeoordeling en de vraag of winst, kasstromen en schulden “hard” zijn. De uitspraak onderstreept dat betrouwbaarheid niet alleen zit in het einddocument, maar in de controleketen erachter: planning, risicobeoordeling, testwerk en documentatie.
Als een tuchtrechter oordeelt dat de accountant onvoldoende werkzaamheden uitvoerde, is dat een signaal dat de “audit trail” niet overtuigend genoeg was. In de markt werkt dat door op twee manieren:
- De perceptie van zekerheid daalt: gebruikers van de jaarrekening moeten scherper letten op toelichtingen, schattingen en bijzondere posten.
- De druk op governance stijgt: audit committees en raden van commissarissen zullen nadrukkelijker vragen naar de diepgang van controles, vooral bij complexe posten en inschattingen.
Verplichtingen en aansprakelijkheidsdruk: accountants in een strakker keurslijf
Van “redelijke zekerheid” naar “aantoonbare zekerheid”
Accountants geven geen absolute zekerheid, maar “redelijke mate van zekerheid”. In tuchtzaken wordt die nuance in de praktijk vertaald naar een strenge eis: u moet als accountant kunnen laten zien dat u voldoende en geschikt bewijs heeft verzameld. Niet alleen dat u het meent, maar dat het dossier het draagt.
Deze uitspraak bevestigt dat toezicht en tuchtrecht steeds minder tolerant zijn voor hiaten in werkzaamheden of onderbouwing. Dat vergroot de nalevingsdruk bij accountantsorganisaties: meer interne reviews, strengere dossiervorming en kritischer oordeelsvorming bij risico’s.
Wat betekent dit voor aansprakelijkheid en kosten?
Hoewel tuchtrecht iets anders is dan civiele aansprakelijkheid, werkt het in de praktijk wel door. Een gegrond verklaarde klacht kan reputatieschade veroorzaken en het risico verhogen op vervolgvragen van stakeholders, financiers of procespartijen. Ook kan het leiden tot:
- Meer tijd en kosten per controle, zeker bij internationale concerns met complexe verslaggevingsvraagstukken.
- Meer conservatisme in oordelen, bijvoorbeeld eerder een nadrukparagraaf of scherpere managementletter.
- Strengere selectie van cliënten en opdrachten, met gevolgen voor capaciteit in de markt.
Implicaties voor beleggers: hoe u gecontroleerde cijfers moet lezen
Voor u als belegger is de les niet dat gecontroleerde cijfers “niet deugen”, maar dat u de controleverklaring en de context eromheen serieuzer moet meenemen in uw analyse. Let daarbij vooral op signalen waar het vaak misgaat: complexe schattingen, ongebruikelijke transacties, juridische dossiers, omzetverantwoording en voorzieningen.
Wij zien dat dit type uitspraken ook kan doorwerken in koersvorming. Niet via direct nieuws over winst of cashflow, maar via risicopremies: als onzekerheid over rapportagekwaliteit of governance stijgt, kan de markt een hogere discontovoet hanteren. Dat effect is het grootst bij bedrijven waar veel waarde zit in aannames en schattingen.
Wat ondernemers en CFO’s hier vandaag mee moeten
Voor ondernemers en financiële directies is dit een reminder dat de accountant niet alleen “controleert wat u aanlevert”, maar ook zelfstandig moet kunnen toetsen en onderbouwen. De praktische consequentie: zorg dat uw interne beheersing, dossiervorming en onderbouwing van schattingen controleerbaar zijn. Zeker bij jaarafsluitingen met veel judgement.
Het tuchtrechtelijke signaal is helder: marktintegriteit begint bij controlekwaliteit. En die kwaliteit wordt niet alleen bepaald door de uitkomst, maar door het bewijs dat erachter zit.
