AEX+0,30%
AMX+0,59%
DOWJ-0,97%
S&P FUT+0,08%
OLIE-1,65%
EUR/USD+0,08%
AEX+0,30%
AMX+0,59%
DOWJ-0,97%
S&P FUT+0,08%
OLIE-1,65%
EUR/USD+0,08%

Shells Nederlandse winstmarge onder het vergrootglas: wij zien transfer pricing en Pillar Two bijten

24 juli 2026

06:22

Dat Shell jarenlang in Nederland nauwelijks vennootschapsbelasting betaalde is niet nieuw, maar vertrouwelijke documenten geven nu meer zicht op de methode: dienstverlening vanuit Nederland werd zo ingericht dat er op papier geen belastbare winst ontstond. Voor u als belegger of ondernemer is dit meer dan een boekhoudverhaal. Het raakt aan een bredere trend: overheden en toezichthouders accepteren steeds minder dat multinationals waarde creëren in een land, maar winst laten landen waar de heffing het laagst is. De speelruimte zit vaak niet in “illegale trucs”, maar in keuzes rond transfer pricing, risicotoerekening en de vraag wie economisch eigenaar is van winstgevende activiteiten.

Hoe kan dienstverlening vanuit Nederland “geen winst” opleveren?

Bij grote concerns zit veel waarde in interne diensten: treasury, inkoop, IT, trading-ondersteuning, juridische functies, management en projectengineering. Die functies kunnen in Nederland worden uitgevoerd, terwijl de winst elders wordt geboekt. Dat werkt meestal via drie knoppen.

1) Kostenplus met lage opslag

Een Nederlandse entiteit kan worden neergezet als “routine service provider”. Die krijgt dan een vergoeding op basis van gemaakte kosten plus een beperkte opslag, bijvoorbeeld enkele procenten. Het idee: Nederland levert vooral uitvoerend werk, draagt weinig ondernemingsrisico en mag daarom ook weinig winst houden. Als de kosten worden doorbelast aan groepsmaatschappijen, blijft in Nederland per saldo een kleine marge over. In de praktijk kan die marge door verrekenposten, timingverschillen of aftrekposten (deels) wegvallen.

2) Risico en immateriële waarde buiten Nederland positioneren

De grootste winst zit vaak bij wie de strategische besluiten neemt, prijsrisico draagt, kapitaal inzet en de belangrijkste immateriële activa bezit. Als die “DEMPE”-functies (ontwikkeling, verbetering, onderhoud, bescherming en exploitatie van immateriële activa) contractueel en feitelijk in een andere jurisdictie liggen, wordt de residuele winst daar verwacht. Nederland houdt dan enkel een vergoeding voor ondersteunende diensten.

3) Interne financiering en verrekeningen

Naast diensten spelen interne leningen, cashpooling en garanties. Rente-inkomsten kunnen in Nederland beperkt blijven als de Nederlandse entiteit slechts als doorgeefluik fungeert of een laag risico-profiel heeft. Andersom kunnen kosten in Nederland hoger uitvallen door doorbelaste overhead, hedging-kosten of afschrijvingen op interne systemen. Dit is niet automatisch onrechtmatig, maar wel een klassiek aandachtspunt voor fiscus en auditors.

Welke regels begrenzen dit: OECD/BEPS, transfer pricing en Pillar Two

De kern is het arm’s-lengthbeginsel: interne prijzen moeten lijken op wat onafhankelijke partijen zouden afspreken. Dat principe is wereldwijd verankerd in transfer-pricingregels en aangescherpt door het BEPS-project van de OESO.

Transfer pricing en BEPS: substance en “wie doet wat”

Onder BEPS is de focus verschoven van contracten naar realiteit. Wie neemt besluiten, wie heeft de mensen, systemen en bevoegdheden, en waar wordt risico daadwerkelijk gemanaged? Als Nederland in de praktijk meer doet dan “routine”, kan een hogere beloning passend zijn. Ook documentatie-eisen zijn verzwaard: groepen moeten onderbouwen waarom marges en functies kloppen en waarom winst niet in Nederland hoort te landen.

Pillar Two: minimumheffing verandert de rekensom

Pillar Two (de wereldwijde minimumwinstbelasting van 15% voor grote multinationals) verkleint het voordeel van winst verschuiven naar heel laagbelaste plekken. Maar het pakt niet alle structuren automatisch aan. Als in Nederland weinig winst wordt gemaakt, ontstaat hier ook geen top-up. De druk verschuift dus naar de vraag of de winstallocatie zelf klopt. Meer controle op functies en risico’s kan dan effectiever zijn dan enkel tariefmaatregelen.

Nederlandse antimisbruikregels die sneller kunnen bijten

Nederland heeft de laatste jaren meerdere remmen ingebouwd. Denk aan renteaftrekbeperkingen (zoals earnings stripping), strengere eisen aan substance en het aanpakken van mismatches. Ook geldt in bredere zin dat de Belastingdienst scherper kijkt naar kunstmatige structuren zonder reële economische aanwezigheid.

Voor beleidskaders en de richting van wetgeving is het nuttig om te volgen wat het kabinet publiceert. Zie bijvoorbeeld belastingen voor bedrijven.

Wat zijn de risico’s bij aanscherping voor Shell en vergelijkbare concerns?

  • Herkwalificatie van functies: als Nederlandse teams feitelijk sturen op strategie, trading of grote investeringsbesluiten, kan de fiscus stellen dat Nederland recht heeft op meer winst.

  • Correcties en naheffingen: bij transfer-pricingcorrecties kunnen jaren worden opengebroken, met belastingrente en mogelijk boetes als documentatie tekortschiet.

  • Dubbele belasting en langdurige procedures: als twee landen hetzelfde winstdeel claimen, volgen onderlinge overlegprocedures. Dat kost tijd, geld en managementaandacht.

  • Reputatie en politieke druk: ook als iets formeel binnen de regels past, kan het publieke debat leiden tot strengere wetgeving of intensiever toezicht, met gevolgen voor de waardering en het risicoprofiel.

  • Operationele herinrichting: meer winst in Nederland betekent mogelijk andere interne contracten, andere governance en soms verplaatsing van mensen of bevoegdheden.

Wat betekent dit voor u als belegger of ondernemer?

Voor beleggers zit de kern in voorspelbaarheid. Strengere handhaving kan de effectieve belastingdruk van multinationals verhogen en cashflows beïnvloeden, vooral als winstallocatie moet worden herzien. Voor ondernemers is het signaal dat “substance” en onderbouwing zwaarder wegen: wie echt in Nederland waarde creëert, moet kunnen uitleggen welke beloning daarbij past. Wij zien de komende jaren vooral meer discussie over feiten en functies, minder over papieren structuren. Dat maakt fiscale planning niet onmogelijk, maar wel minder vrijblijvend.

Laatste nieuws

Gerelateerde berichten

Pensioenfonds Woningcorporaties kiest BNP als custodian: schaalwinst, maar meer keten- en regierisico’s

Dat een pensioenfonds “alleen” een bewaarder kiest, klinkt administratief. In de praktijk is het een strategische keuze die doorwerkt in kosten, toezicht en de operationele weerbaarheid van het hele beleggingsbedrijf....

4 min leestijd

ECB houdt rente op 2,25%, maar energie-onzekerheid zet inflatiepad en markten op scherp

De ECB drukt op de pauzeknop, maar niemand moet dat lezen als geruststelling. Terwijl de depositrente op 2,25% blijft staan, lopen energieprijzen weer op door geopolitieke spanningen en groeit de...

5 min leestijd

Consumentenvertrouwen klimt naar -35: wij zien minder somberte, maar herstel blijft fragiel

Een kleine stap omhoog, maar nog steeds diep in het rood: het consumentenvertrouwen steeg in juli van -39 naar -35. Dat is geen doorbraak, wel een signaal dat de ergste...

4 min leestijd
Facebook
WhatsApp
LinkedIn